Kadastraal inkomen: Wat is het en hoe wordt het berekend?
Het kadastraal inkomen (KI) is de basis voor de onroerende voorheffing. Hoe het wordt vastgesteld en hoe u het kunt betwisten.
Het kadastraal inkomen (KI) is de basis voor de onroerende voorheffing. Hoe het wordt vastgesteld en hoe u het kunt betwisten.
Elk kind ten laste verhoogt het belastingvrij minimum. Berekening van het voordeel per kind.
Naast pensioensparen kunt u ook via langetermijnsparen een belastingvoordeel genieten. Voorwaarden en berekening.
Maaltijdcheques zijn fiscaal voordelig voor werkgever en werknemer. Maximumbedragen en voorwaarden.
Bij verkoop van vastgoed kan een meerwaardebelasting van toepassing zijn. Termijnen en berekening.
De onroerende voorheffing varieert sterk per gemeente. Zo berekent u uw jaarlijkse aanslag.
Pensioensparen levert een belastingvermindering op van 30% of 25%. Welk bedrag is optimaal?
Zo vult u uw aangifte personenbelasting correct in via Tax-on-web. Deadlines, codes en veelgemaakte fouten.
Bij de aankoop van een woning in Vlaanderen betaalt u registratierechten. Actuele tarieven en wanneer u in aanmerking komt voor het verlaagd tarief.
De registratierechten verschillen sterk tussen de gewesten. Vergelijking Wallonië en Brussel met concrete voorbeelden.
De schenkbelasting verschilt sterk per gewest. Roerend en onroerend goed: tarieven en optimalisatietips.
Zelfstandigen betalen sociale bijdragen op basis van hun netto-beroepsinkomen. Tarieven en minimumbijdragen.
De personenbelasting in Belgie kent progressieve tarieven die worden geindexeerd volgens artikel 178 WIB. Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025): 25 procent tot 16.320 euro belastbaar inkomen, 40 procent tot 28.800 euro, 45 procent tot 49.840 euro en 50 procent daarboven. De belastingvrije som bedraagt 10.910 euro (aanslagjaar 2026), verhoogd voor kinderen ten laste (1.980 euro voor het eerste kind oplopend tot meer per extra kind). Bovenop de federale belasting komt de aanvullende gemeentebelasting (opcentiemen): gemiddeld 7,5 procent van de federale belasting, varierend van 0 procent in sommige West-Vlaamse gemeenten tot 9 procent in grootsteden. Bovendien zijn er de gewestbelastingen (belastingvermindering voor woning, pensioensparen). De totale belastingdruk op een bruto-inkomen van 40.000 euro ligt rond 27 tot 30 procent.
De belangrijkste verminderingen zijn: pensioensparen (30 procent belastingvermindering op maximaal 1.050 euro of 25 procent op maximaal 1.350 euro in 2026), langetermijnsparen (levensverzekering, maximaal 2.450 euro aan 30 procent), dienstencheques (20 tot 30 procent afhankelijk van gewest), giften aan erkende instellingen (45 procent vermindering boven 40 euro per instelling), kinderopvang (45 procent op maximaal 16,40 euro per oppasdag per kind onder 14 jaar), onderhoudsuitkeringen (80 procent aftrekbaar), hypothecaire leningen (chequewoning in Wallonie, woonbonus afgeschaft in Vlaanderen sinds 2020, geintegreerde woonbonus in Brussel tot 2016). Op gewestniveau bestaan er nog bijkomende regelingen zoals de Vlaamse dakisolatiepremie en de renovatiepremies.
Sinds de zesde staatshervorming (2014) zijn de fiscale voordelen voor de eigen woning grotendeels geregionaliseerd. In Vlaanderen is de geintegreerde woonbonus afgeschaft per 1 januari 2020 voor nieuwe leningen; bestaande leningen behouden de oude regels (maximaal 2.280 euro aftrekbaar in basisberekening). In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt de Brusselse woonbonus tot 2016 voor bestaande leningen, en een verhoogde registratierechtvrijstelling van 200.000 euro bij aankoop. In Wallonie bestaat de chequewoning (cheque habitat) voor leningen na 2016: belastingvermindering van maximaal 125 euro per jaar per kind bij inkomens onder bepaalde drempels. Registratierechten voor de enige woning zijn in Vlaanderen verlaagd naar 2 procent, in Brussel 12,5 procent met vrijstellingsregeling, in Wallonie 3 procent voor bescheiden woningen tot 350.000 euro.
De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid (BBSZ) is een bijkomende solidariteitsbijdrage opgelegd door de RSZ en ingehouden door de werkgever bij werknemers. De bijdrage geldt voor gezinnen met een totaal belastbaar inkomen boven bepaalde drempels: in 2026 gelden drie schijven. Tussen 18.592,01 en 21.070,96 euro: 9 procent van het verschil. Tussen 21.070,97 en 60.161,85 euro: een forfait van 223,14 euro plus 1,3 procent van het meerdere. Boven 60.161,85 euro: 731,28 euro maximum per jaar (afgeschaft voor nieuwe gevallen sinds juli 2024 voor inkomens tot 49.000 euro). Alleenstaanden met hoger inkomen betalen meer dan gezinnen met twee inkomens. De BBSZ is apart van RSZ-bijdragen (13,07 procent werknemersaandeel) en wordt ingehouden via bedrijfsvoorheffing.
De papieren aangifte moet doorgaans voor eind juni bij uw belastingkantoor zijn. De elektronische aangifte via Tax-on-web heeft een verlengde termijn: tot half juli voor eenvoudige aangiftes, tot eind oktober voor complexe situaties (zelfstandigen, buitenlandse inkomens, meerdere eigenaars). Exacte data worden jaarlijks aangekondigd door de FOD Financien. De vereenvoudigde aangifte (voorstel van aangifte) wordt automatisch verzonden naar circa 4,4 miljoen belastingplichtigen met eenvoudige inkomsten; u hoeft alleen te reageren bij wijzigingen. Aangifte is niet verplicht als u enkel inkomsten uit loon met correcte bedrijfsvoorheffing heeft en er geen verrekening nodig is, maar indienen kan voordelig zijn voor fiscale verminderingen. Te late indiening leidt tot administratieve sancties van 50 tot 1.250 euro, bij recidive oplopend. Belastingverhogingen bij niet-aangifte of onjuiste aangifte: 10 tot 200 procent van de ontdoken belasting.