België is een federale staat, maar op fiscaal vlak tellen de gewesten minstens even zwaar als de federale overheid. Wie een woning koopt, een erfenis ontvangt of een schenking plant, betaalt andere tarieven naargelang of de transactie in Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest plaatsvindt. Die tariefverschillen zijn niet triviaal: op een erfenis van €200.000 kunnen ze oplopen tot tienduizenden euro’s. Hieronder vindt u een actueel overzicht voor 2026.
Registratierechten: wat betaalt u bij de aankoop van een woning?
Bij de aankoop van een onroerend goed betaalt u registratierechten aan het gewest waar het goed gelegen is. Elk gewest hanteert een normaal tarief én een verlaagd tarief voor wie een enige eigen woning aankoopt.
| Gewest | Normaal tarief | Verlaagd tarief (enige woning) | Voornaamste voorwaarden |
|---|---|---|---|
| Vlaanderen | 12% | 2% | Enige en eigen gezinswoning; domiciliëring binnen 3 jaar; aankoopprijs onbeperkt. Extra rechtenvermindering van €1.867 bij aankoopprijs ≤ €220.000. |
| Wallonië | 12,5% | 3% (sedert 1 jan. 2025) | Enige eigen woning; eerste €25.000 vrijgesteld; max. voordeel €3.125. |
| Brussel | 12,5% | 12,5% met abattement | Abattement op eerste €200.000 = besparing van €25.000; domiciliëring 5 jaar; aankoopprijs max. €600.000. |
Concreet: wie in Vlaanderen een woning van €350.000 koopt als enige eigen woning, betaalt €7.000 registratierechten (2%). Dezelfde aankoop in Brussel kost €18.750 (12,5% op €150.000 na aftrek abattement). Het verschil: ruim €11.000.
Erfbelasting in rechte lijn: de grootste verschillen
Nergens lopen de gewestelijke tarieven zo uiteen als bij de erfbelasting. Vlaanderen hervormde zijn systeem per 1 januari 2026 grondig: van zeven naar drie schijven. Dat maakt de vergelijking dit jaar bijzonder actueel. Bekijk ook onze uitgebreide analyse op erfbelasting per gewest.
| Schijf (per erfgenaam) | Vlaanderen (2026) | Wallonië (2026) | Brussel (2026) |
|---|---|---|---|
| Vrijstelling | — | €25.000 per erfgenaam | €15.000 per erfgenaam |
| €0 – €50.000 | 3% | 3% – 5% | 3% |
| €50.001 – €150.000 | 3% (t.e.m. €150.000) | 5% – 10% | 8% (t.e.m. €100.000), 9% (t.e.m. €175.000) |
| €150.001 – €250.000 | 9% | 10% – 18% | 18% – 24% |
| Boven €250.000 | 27% | 24% – 30% | 30% |
| Max. tarief rechte lijn | 27% | 30% | 30% |
Belangrijk: In Vlaanderen gelden de schijven afzonderlijk per erfgenaam én worden roerende en onroerende goederen apart belast. In Brussel worden roerende en onroerende goederen samengeteld voor de berekening.
Praktisch rekenvoorbeeld: erfenis €200.000 in rechte lijn (één kind)
| Gewest | Berekening | Totaal te betalen |
|---|---|---|
| Vlaanderen | €150.000 × 3% = €4.500 + €50.000 × 9% = €4.500 | €9.000 |
| Wallonië | Vrijstelling €25.000; belastbaar €175.000 over 9 progressieve schijven (3% → 18%) | ±€13.500 |
| Brussel | Vrijstelling €15.000; belastbaar €185.000 over 6 schijven (3% → 18%) | ±€14.800 |
Vlaanderen scoort bij middelgrote erfenissen het duidelijkst, dankzij de verruimde 3%-schijf tot €150.000 die per 1 januari 2026 van kracht is.
Onroerende voorheffing: jaarlijkse eigendomsbelasting
De onroerende voorheffing is de jaarlijkse belasting op vastgoed, berekend op het geïndexeerd kadastraal inkomen. Het gewest bepaalt de basisaanslagvoet; provincies en gemeenten voegen daar opcentiemen aan toe. Die opcentiemen bepalen in de praktijk het leeuwendeel van de eindrekening.
| Gewest | Gewestelijk basistarief | Gemeentelijke + provinciale opcentiemen | Indexatiecoëfficiënt 2026 |
|---|---|---|---|
| Vlaanderen | 3,97% op geïndexeerd KI | Gemeentelijke opcentiemen gemiddeld ~916 (2026); sterk variabel per gemeente | 2,1763 |
| Wallonië | 1,25% op geïndexeerd KI | Provinciale + gemeentelijke opcentiemen; totale last vergelijkbaar met Vlaanderen | Jaarlijks geäctualiseerd |
| Brussel | 1,25% op geïndexeerd KI | Gemeentelijke opcentiemen Brussel Stad en 18 gemeenten; variabel | Jaarlijks geäctualiseerd |
Let op: een lager gewestelijk basistarief (Wallonië en Brussel: 1,25%) zegt weinig zonder de opcentiemen mee te rekenen. In 2026 verhoogden 88 Belgische gemeenten hun opcentiemen op de onroerende voorheffing. De totale belastingdruk per eigendom hangt bijgevolg sterk af van de specifieke gemeente, niet alleen van het gewest.
Schenkbelasting op roerende goederen
Een schenking via de notaris of een geregistreerde handgift biedt in alle drie de gewesten gunstige tarieven voor schenkingen in rechte lijn. Toch zijn er onderlinge verschillen.
| Gewest | Tarief rechte lijn | Tarief tussen partners | Tarief anderen |
|---|---|---|---|
| Vlaanderen | 3% | 3% | 7% |
| Wallonië | 3,3% | 3,3% | 5,5% (broers/zussen, ooms/tantes) – 7,7% (anderen) |
| Brussel | 3% | 3% | 7% |
Wallonië is bij roerende schenkingen iets duurder dan Vlaanderen en Brussel (3,3% vs. 3%), maar het verschil is beperkt. Cruciaal voor 2026: in alle drie de gewesten geldt nu een verdachte periode van 5 jaar voor niet-geregistreerde schenkingen (handgiften, bankgiften). Overlijden binnen die termijn trekt de schenking mee in de erfbelasting.
Opcentiemen op de personenbelasting
De gewesten heffen ook een toeslag op de federale personenbelasting. Strikt genomen is dit geen gewestelijke belasting maar een gemeentelijke toeslag — elke gemeente bepaalt haar eigen tarief, ongeacht het gewest. In de praktijk variëert dat tarief van 0% (enkele West-Vlaamse en Brabantse gemeenten) tot 9% (grote steden), met een landelijk gemiddelde van circa 7,5% van de federale belasting.
| Gewest | Bandbreedte gemeentelijke opcentiemen PB | Typisch tarief grote stad |
|---|---|---|
| Vlaanderen | 0% – 9% | ~7% – 8% |
| Wallonië | 0% – 9% | ~8% – 9% |
| Brussel | 0% – 9% | ~7% – 9% |
Wie overweegt te verhuizen, checkt best het exacte gemeentelijke tarief voor zijn nieuwe woonplaats op de website van de federale belastingdienst of zijn gemeente.
Wat betekent dit concreet voor u?
- Vastgoedaankoop: Koopt u een enige woning? Dan is Vlaanderen met 2% registratierechten veruit het goedkoopste gewest. Op een aankoop van €350.000 scheelt dat al snel €11.000 tot €17.000 ten opzichte van Brussel of het normale Waalse tarief.
- Erfenis plannen: Voor middelgrote nalatenschappen in rechte lijn (€100.000 – €250.000) scoort Vlaanderen het beste door de verruimde 3%-schijf tot €150.000 (geldig vanaf 1 januari 2026). Boven €250.000 per erfgenaam zijn alle drie de gewesten relatief zwaar (27%–30%).
- Schenking overwegen: De tarieven voor roerende schenkingen in rechte lijn zijn overal laag (3%–3,3%), maar vergeet de verdachte periode van 5 jaar niet. Een tijdige geregistreerde schenking vermijdt dat het bedrag later als erfenis belast wordt. Meer over aftrekposten en planning.
- Gemeente kiezen bij verhuizing: De onroerende voorheffing en de gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting hangen af van de gemeente, niet alleen het gewest. Vergelijk concrete gemeentecijfers vóór u een keuze maakt.
Officiële bronnen: financien.belgium.be, belastingen.vlaanderen.be, fiscalite.wallonie.be, fiscalite.brussels.