Gewesten & Regio's

Gewestelijke belastingen: Vlaanderen vs. Wallonië vs. Brussel

Snel antwoord: België heeft drie gewesten die elk eigen belastingen heffen. De belangrijkste gewestelijke belastingen zijn registratierechten, erfbelasting, schenkbelasting en onroerende voorheffing. De tarieven verschillen sterk: registratierechten bij aankoop enige woning variëren van 2% (Vlaanderen) tot 3% (Wallonië, sedert 2025) en 12,5% minus abattement (Brussel). Erfbelasting in rechte lijn: Vlaanderen hanteert sinds 1 januari 2026 3 schijven (3%–9%–27%), Wallonië 9 schijven tot 30%, Brussel 6 schijven tot 30% met een vrijstelling van €15.000.

België is een federale staat, maar op fiscaal vlak tellen de gewesten minstens even zwaar als de federale overheid. Wie een woning koopt, een erfenis ontvangt of een schenking plant, betaalt andere tarieven naargelang of de transactie in Vlaanderen, Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest plaatsvindt. Die tariefverschillen zijn niet triviaal: op een erfenis van €200.000 kunnen ze oplopen tot tienduizenden euro’s. Hieronder vindt u een actueel overzicht voor 2026.

Registratierechten: wat betaalt u bij de aankoop van een woning?

Bij de aankoop van een onroerend goed betaalt u registratierechten aan het gewest waar het goed gelegen is. Elk gewest hanteert een normaal tarief én een verlaagd tarief voor wie een enige eigen woning aankoopt.

Gewest Normaal tarief Verlaagd tarief (enige woning) Voornaamste voorwaarden
Vlaanderen 12% 2% Enige en eigen gezinswoning; domiciliëring binnen 3 jaar; aankoopprijs onbeperkt. Extra rechtenvermindering van €1.867 bij aankoopprijs ≤ €220.000.
Wallonië 12,5% 3% (sedert 1 jan. 2025) Enige eigen woning; eerste €25.000 vrijgesteld; max. voordeel €3.125.
Brussel 12,5% 12,5% met abattement Abattement op eerste €200.000 = besparing van €25.000; domiciliëring 5 jaar; aankoopprijs max. €600.000.

Concreet: wie in Vlaanderen een woning van €350.000 koopt als enige eigen woning, betaalt €7.000 registratierechten (2%). Dezelfde aankoop in Brussel kost €18.750 (12,5% op €150.000 na aftrek abattement). Het verschil: ruim €11.000.

Erfbelasting in rechte lijn: de grootste verschillen

Nergens lopen de gewestelijke tarieven zo uiteen als bij de erfbelasting. Vlaanderen hervormde zijn systeem per 1 januari 2026 grondig: van zeven naar drie schijven. Dat maakt de vergelijking dit jaar bijzonder actueel. Bekijk ook onze uitgebreide analyse op erfbelasting per gewest.

Schijf (per erfgenaam) Vlaanderen (2026) Wallonië (2026) Brussel (2026)
Vrijstelling — €25.000 per erfgenaam €15.000 per erfgenaam
€0 – €50.000 3% 3% – 5% 3%
€50.001 – €150.000 3% (t.e.m. €150.000) 5% – 10% 8% (t.e.m. €100.000), 9% (t.e.m. €175.000)
€150.001 – €250.000 9% 10% – 18% 18% – 24%
Boven €250.000 27% 24% – 30% 30%
Max. tarief rechte lijn 27% 30% 30%

Belangrijk: In Vlaanderen gelden de schijven afzonderlijk per erfgenaam én worden roerende en onroerende goederen apart belast. In Brussel worden roerende en onroerende goederen samengeteld voor de berekening.

Praktisch rekenvoorbeeld: erfenis €200.000 in rechte lijn (één kind)

Gewest Berekening Totaal te betalen
Vlaanderen €150.000 × 3% = €4.500 + €50.000 × 9% = €4.500 €9.000
Wallonië Vrijstelling €25.000; belastbaar €175.000 over 9 progressieve schijven (3% → 18%) ±€13.500
Brussel Vrijstelling €15.000; belastbaar €185.000 over 6 schijven (3% → 18%) ±€14.800

Vlaanderen scoort bij middelgrote erfenissen het duidelijkst, dankzij de verruimde 3%-schijf tot €150.000 die per 1 januari 2026 van kracht is.

Onroerende voorheffing: jaarlijkse eigendomsbelasting

De onroerende voorheffing is de jaarlijkse belasting op vastgoed, berekend op het geïndexeerd kadastraal inkomen. Het gewest bepaalt de basisaanslagvoet; provincies en gemeenten voegen daar opcentiemen aan toe. Die opcentiemen bepalen in de praktijk het leeuwendeel van de eindrekening.

Gewest Gewestelijk basistarief Gemeentelijke + provinciale opcentiemen Indexatiecoëfficiënt 2026
Vlaanderen 3,97% op geïndexeerd KI Gemeentelijke opcentiemen gemiddeld ~916 (2026); sterk variabel per gemeente 2,1763
Wallonië 1,25% op geïndexeerd KI Provinciale + gemeentelijke opcentiemen; totale last vergelijkbaar met Vlaanderen Jaarlijks geäctualiseerd
Brussel 1,25% op geïndexeerd KI Gemeentelijke opcentiemen Brussel Stad en 18 gemeenten; variabel Jaarlijks geäctualiseerd

Let op: een lager gewestelijk basistarief (Wallonië en Brussel: 1,25%) zegt weinig zonder de opcentiemen mee te rekenen. In 2026 verhoogden 88 Belgische gemeenten hun opcentiemen op de onroerende voorheffing. De totale belastingdruk per eigendom hangt bijgevolg sterk af van de specifieke gemeente, niet alleen van het gewest.

Schenkbelasting op roerende goederen

Een schenking via de notaris of een geregistreerde handgift biedt in alle drie de gewesten gunstige tarieven voor schenkingen in rechte lijn. Toch zijn er onderlinge verschillen.

Gewest Tarief rechte lijn Tarief tussen partners Tarief anderen
Vlaanderen 3% 3% 7%
Wallonië 3,3% 3,3% 5,5% (broers/zussen, ooms/tantes) – 7,7% (anderen)
Brussel 3% 3% 7%

Wallonië is bij roerende schenkingen iets duurder dan Vlaanderen en Brussel (3,3% vs. 3%), maar het verschil is beperkt. Cruciaal voor 2026: in alle drie de gewesten geldt nu een verdachte periode van 5 jaar voor niet-geregistreerde schenkingen (handgiften, bankgiften). Overlijden binnen die termijn trekt de schenking mee in de erfbelasting.

Opcentiemen op de personenbelasting

De gewesten heffen ook een toeslag op de federale personenbelasting. Strikt genomen is dit geen gewestelijke belasting maar een gemeentelijke toeslag — elke gemeente bepaalt haar eigen tarief, ongeacht het gewest. In de praktijk variëert dat tarief van 0% (enkele West-Vlaamse en Brabantse gemeenten) tot 9% (grote steden), met een landelijk gemiddelde van circa 7,5% van de federale belasting.

Gewest Bandbreedte gemeentelijke opcentiemen PB Typisch tarief grote stad
Vlaanderen 0% – 9% ~7% – 8%
Wallonië 0% – 9% ~8% – 9%
Brussel 0% – 9% ~7% – 9%

Wie overweegt te verhuizen, checkt best het exacte gemeentelijke tarief voor zijn nieuwe woonplaats op de website van de federale belastingdienst of zijn gemeente.

Wat betekent dit concreet voor u?

  • Vastgoedaankoop: Koopt u een enige woning? Dan is Vlaanderen met 2% registratierechten veruit het goedkoopste gewest. Op een aankoop van €350.000 scheelt dat al snel €11.000 tot €17.000 ten opzichte van Brussel of het normale Waalse tarief.
  • Erfenis plannen: Voor middelgrote nalatenschappen in rechte lijn (€100.000 – €250.000) scoort Vlaanderen het beste door de verruimde 3%-schijf tot €150.000 (geldig vanaf 1 januari 2026). Boven €250.000 per erfgenaam zijn alle drie de gewesten relatief zwaar (27%–30%).
  • Schenking overwegen: De tarieven voor roerende schenkingen in rechte lijn zijn overal laag (3%–3,3%), maar vergeet de verdachte periode van 5 jaar niet. Een tijdige geregistreerde schenking vermijdt dat het bedrag later als erfenis belast wordt. Meer over aftrekposten en planning.
  • Gemeente kiezen bij verhuizing: De onroerende voorheffing en de gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting hangen af van de gemeente, niet alleen het gewest. Vergelijk concrete gemeentecijfers vóór u een keuze maakt.

Officiële bronnen: financien.belgium.be, belastingen.vlaanderen.be, fiscalite.wallonie.be, fiscalite.brussels.

FAQ

Welk gewest heeft de laagste erfbelasting voor een erfenis in rechte lijn?

Voor middelgrote erfenissen (€100.000–€250.000) is Vlaanderen het voordeligst dankzij de verruimde 3%-schijf tot €150.000, geldig per 1 januari 2026. Op een erfenis van €200.000 betaalt u in Vlaanderen circa €9.000, tegenover €13.500–€14.800 in Wallonië of Brussel.

Wat zijn de registratierechten voor een enige woning in Vlaanderen in 2026?

In Vlaanderen betaalt u 2% registratierechten op de aankoopprijs van uw enige eigen gezinswoning. Kopers met een aankoopprijs van €220.000 of minder genieten bovendien een extra rechtenvermindering van €1.867. Het normale tarief bedraagt 12%.

Wat veranderde er in de Vlaamse erfbelasting per 1 januari 2026?

Vlaanderen vereenvoudigde zijn erfbelasting in rechte lijn van zeven naar drie schijven: 3% tot €150.000, 9% van €150.001 tot €250.000, en 27% boven €250.000. De 3%-schijf werd zo verdubbeld, wat kleinere en middelgrote nalatenschappen aanzienlijk goedkoper maakt.

Hoeveel bedraagt de onroerende voorheffing in Vlaanderen versus Wallonië?

Het gewestelijk basistarief bedraagt 3,97% in Vlaanderen en 1,25% in Wallonië (op het geïndexeerd kadastraal inkomen). Maar provinciale en gemeentelijke opcentiemen bepalen de eindfactuur. De totale last is in de praktijk per gemeente sterk verschillend, ook binnen eenzelfde gewest.

Welk gewest is fiscaal het voordeligst voor vastgoed kopen?

Vlaanderen is bij de aankoop van een enige woning veruit het voordeligst: 2% registratierechten tegenover 3% (Wallonië, na vrijstelling) of 12,5% minus abattement (Brussel). Op een aankoop van €350.000 bespaart u in Vlaanderen al snel €11.000 tot €17.000.

Hoe worden roerende schenkingen belast per gewest in 2026?

Schenkingen van roerende goederen in rechte lijn worden belast aan 3% in Vlaanderen en Brussel, en 3,3% in Wallonië. De verdachte periode voor niet-geregistreerde handgiften is in alle drie de gewesten verlengd naar 5 jaar.

Heeft Wallonië een vrijstelling op de erfbelasting?

Ja. Elke erfgenaam in rechte lijn in Wallonië geniet een belastingvrije som (abattement) van €25.000. Daarboven lopen negen progressieve schijven van 3% tot maximaal 30%. Vanaf 2028 worden de tarieven hervormd en daalt het maximum naar 15%.

Wat is het abattement bij registratierechten in Brussel?

In Brussel is de eerste €200.000 van de aankoopprijs vrijgesteld van registratierechten voor de eigen woning (abattement), goed voor een besparing van maximaal €25.000. Voorwaarden: de koper vestigt zijn domicilie er en bewoont de woning minstens 5 jaar.