Roerende voorheffing op dividenden
In België worden dividenden belast via de roerende voorheffing. Het standaardtarief bedraagt 30%. Dit geldt voor dividenden van Belgische en buitenlandse vennootschappen.
De roerende voorheffing is een bevrijdende belasting: zodra ze ingehouden is, hoeft u het dividend niet meer aan te geven in uw belastingaangifte. Dit maakt het systeem administratief eenvoudig voor beleggers.
Bij Belgische vennootschappen houdt de vennootschap zelf de roerende voorheffing in en draagt ze af aan de fiscus. U ontvangt netto 70% van het brutodividend. Bij buitenlandse dividenden kan er eerst een bronheffing in het land van oorsprong zijn, gevolgd door de Belgische roerende voorheffing. Dubbelbelastingverdragen beperken de bronheffing doorgaans tot 15%.
Concreet: een Belgisch dividend van 1.000 euro bruto levert u netto 700 euro op na aftrek van 300 euro roerende voorheffing.
VVPRbis: het verlaagd tarief voor kleine vennootschappen
Het VVPRbis-regime biedt een verlaagd tarief voor dividenden uitgekeerd door kleine vennootschappen op nieuwe aandelen die werden uitgegeven via een inbreng in geld na 1 juli 2013.
Het tarief evolueert als volgt: 30% in het eerste en tweede boekjaar na de inbreng, 20% in het derde boekjaar, en 15% vanaf het vierde boekjaar.
Dit maakt het bijzonder aantrekkelijk om winsten in de vennootschap op te bouwen en na vier jaar uit te keren tegen slechts 15% roerende voorheffing. Op een dividend van 100.000 euro bespaart u zo 15.000 euro vergeleken met het standaardtarief van 30%.
Voorwaarden: de vennootschap moet kwalificeren als kleine vennootschap, de aandelen moeten volstort zijn bij inbreng, en het kapitaal mag tussentijds niet verminderd zijn. De regels zijn strikt en fouten worden hard bestraft met verlies van het voordeel.
Laat uw boekhouder of fiscalist controleren of uw vennootschap in aanmerking komt. Het voordeel is te groot om links te laten liggen.
Liquidatiereserve: een alternatief voor VVPRbis
De liquidatiereserve is een ander instrument waarmee kleine vennootschappen dividenden tegen een verlaagd tarief kunnen uitkeren. Het principe: u betaalt 10% anticipatieve heffing bij het aanleggen van de reserve, en bij uitkering na vijf jaar nog eens 5% roerende voorheffing. Totaal: 15%.
Bij vereffening van de vennootschap is er zelfs geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd, waardoor het tarief beperkt blijft tot de oorspronkelijke 10%.
Het verschil met VVPRbis: de liquidatiereserve vereist een voorafbetaling van 10% op het moment dat de reserve wordt aangelegd, terwijl VVPRbis pas belast bij effectieve uitkering. Qua cashflow is VVPRbis dus voordeliger.
Beide systemen kunnen naast elkaar bestaan. Een goed doordachte dividendstrategie combineert VVPRbis en liquidatiereserves om de totale belastingdruk te minimaliseren.
Vrijstelling op het eerste schijf dividenden
Sinds 2018 geldt een vrijstelling van roerende voorheffing op de eerste schijf van 800 euro aan dividenden per belastingplichtige. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.
In de praktijk houdt uw bank of broker wel roerende voorheffing in op het volledige dividend. U moet de vrijstelling zelf terugvragen via uw belastingaangifte. Dat levert u maximaal 240 euro terug (30% van 800 euro).
De vrijstelling geldt per persoon. Een koppel kan dus samen tot 1.600 euro aan dividenden vrijstellen.
Dit is een relatief klein voordeel, maar het loont de moeite om het aan te geven. Veel Belgen vergeten dit en laten zo elk jaar 240 euro liggen.
Optimalisatie van dividendbelasting
Strategie 1: gebruik VVPRbis voor uw eigen vennootschap en wacht minstens vier jaar na oprichting of kapitaalverhoging voor u dividenden uitkeert.
Strategie 2: leg jaarlijks een liquidatiereserve aan als uw vennootschap daarvoor in aanmerking komt. Combineer dit met VVPRbis.
Strategie 3: vergeet de vrijstelling van 800 euro niet in uw aangifte. Klein bedrag, maar gratis geld.
Strategie 4: bij buitenlandse dividenden, controleer of het dubbelbelastingverdrag een verlaging van de bronheffing toelaat. Veel banken passen automatisch het verlaagde tarief toe, maar niet altijd.
Strategie 5: overweeg een DBI-aftrek (definitief belaste inkomsten) als uw vennootschap dividenden ontvangt van een andere vennootschap. Die aftrek van 100% kan de belastingdruk op intercompany-dividenden volledig elimineren.