Wat is vennootschapsbelasting en wie betaalt ze?
Elke rechtspersoon die in België gevestigd is, een winstoogmerk heeft en zijn winst aan aandeelhouders kan uitkeren, is onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Dat geldt voor nv's, bv's, cv's en andere handelsvennootschappen. Vzw's vallen hier in principe buiten; zij betalen de rechtspersonenbelasting.
De belastbare winst is het resultaat van de boekhoudkundige winst na aftrek van fiscaal toegelaten kosten, vrijgestelde reserves en andere verminderingen. De aangifte wordt jaarlijks ingediend via het elektronische platform Biztax (toegankelijk via MyMinfin). Voor aanslagjaar 2026 is de standaarddeadline 30 september 2026; wie vroeg indient (vóór 28 augustus 2026) ontvangt eventuele terugbetalingen sneller.
Tarieven vennootschapsbelasting 2026
De Belgische wetgever hanteert twee tarieven. Kleine vennootschappen genieten een verlaagd tarief op een deel van de winst. Grote vennootschappen betalen altijd het normale tarief.
| Situatie | Tarief | Van toepassing op |
|---|---|---|
| Normaal tarief | 25% | Volledige belastbare winst (alle vennootschappen) |
| Verlaagd kmo-tarief | 20% | Eerste schijf van €100.000 belastbare winst |
| Boven de grens (kmo) | 25% | Gedeelte boven €100.000 |
Voorwaarden voor het verlaagd kmo-tarief van 20%
Om het tarief van 20% te genieten, moet uw vennootschap aan vier cumulatieve voorwaarden voldoen (art. 215 WIB 92):
- Kleine vennootschap zijn in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.
- Aan minstens één bedrijfsleider een minimale bruto bezoldiging van €50.000 toekennen (aanslagjaar 2026 en volgende). Startende vennootschappen zijn gedurende de eerste vier boekjaren vrijgesteld van deze verplichting. Wanneer de belastbare winst lager is dan €50.000, volstaat een bezoldiging gelijk aan die winst.
- Geen financiële vennootschap zijn (beleggingsvennootschappen, holdings waarvan de voornaamste activiteit het aanhouden van aandelen betreft).
- Minstens 50% van de aandelen in handen van natuurlijke personen (niet van andere vennootschappen).
Let op: de €50.000-grens geldt per bedrijfsleider, niet gecumuleerd. Twee bestuurders met elk €25.000 voldoen dus niet aan de voorwaarde. Voordelen van alle aard (bedrijfswagen, tablet enz.) mogen meetellen voor maximaal 20% van de totale bezoldiging.
Voor kmo's is de btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen een aanvullende maatregel om de administratieve en fiscale last te beperken.
Rekenvoorbeeld: belasting op €150.000 winst
Een kmo-bv sluit het boekjaar 2025 af met een belastbare winst van €150.000. Ze voldoet aan alle voorwaarden voor het verlaagd tarief.
- Eerste €100.000 × 20% = €20.000
- Resterende €50.000 × 25% = €12.500
- Totale vennootschapsbelasting: €32.500 (effectief tarief: 21,7%)
Dezelfde vennootschap zónder het verlaagd tarief betaalt: €150.000 × 25% = €37.500. Het verschil bedraagt €5.000 per jaar — louter door aan de voorwaarden te voldoen.
Bezoldiging versus dividend: wat levert het meeste op?
De manier waarop u geld uit uw vennootschap haalt, heeft een grote fiscale impact. Er zijn twee hoofdroutes: de bedrijfsleider betaalt zichzelf een bezoldiging (loon), of de vennootschap keert een dividend uit aan de aandeelhouder.
Route 1 — Bezoldiging
Bezoldiging is aftrekbaar als beroepskost voor de vennootschap, wat de belastbare winst verlaagt. De bedrijfsleider betaalt hierop personenbelasting (schalen tot 50%) plus sociale bijdragen als zelfstandige. De combinatie kan zwaar wegen bij hoge lonen, maar bouwt wettelijk pensioen en sociale rechten op. Lees meer over de tarieven in personenbelasting 2026.
Route 2 — Dividend
Op uitgekeerde dividenden betaalt u geen sociale bijdragen, maar de vennootschap heeft eerst al vennootschapsbelasting betaald op die winst. Vervolgens houdt de vennootschap bij uitkering roerende voorheffing (RV) in: standaard 30%.
Vergelijkende berekening op €50.000 nettoresultaat vennootschap
| Route | Venn.B | Belasting aandeelhouder | Geschat netto |
|---|---|---|---|
| Bezoldiging (aftrekbaar) | €0 (winst daalt) | Progressief PB (max. 50%) | ±€28.000–€33.000 |
| Dividend – standaard RV 30% | 20–25% Venn.B | 30% RV op netto na Venn.B | ±€26.250–€28.000 |
| Dividend – VVPR-bis (vóór 1/7/2026) | 20% Venn.B (kmo) | 15% RV | ±€34.000 |
| Dividend – VVPR-bis (vanaf 1/7/2026) | 20% Venn.B (kmo) | 18% RV | ±€33.200 |
Indicatieve cijfers; persoonlijke situatie (kinderlast, andere inkomsten, sociale bijdragen) beïnvloedt het resultaat sterk. Raadpleeg uw boekhouder voor een exacte berekening.
Een gemengde strategie werkt doorgaans het beste. Keer uzelf de minimale €50.000 bezoldiging uit en haal de rest via VVPR-bis-dividenden of de liquidatiereserve.
VVPR-bis: verlaagde roerende voorheffing op dividenden
Het VVPR-bis-regime (artikel 269 §2 WIB 92) laat kleine vennootschappen toe om dividenden uit te keren aan een verlaagd RV-tarief, mits aan strikte voorwaarden is voldaan.
Basisvoorwaarden VVPR-bis
- De vennootschap is een kleine vennootschap op het ogenblik van de inbreng.
- De aandelen zijn gecreëerd door een nieuwe inbreng in geld (niet in natura) na 1 juli 2013.
- De aandelen zijn volgestort en op naam.
- De aandelen worden ononderbroken aangehouden door de oorspronkelijke inbrenger.
Tarieven VVPR-bis
| Boekjaar na inbreng | RV-tarief |
|---|---|
| Boekjaar van inbreng en eerste boekjaar erna | 30% |
| Tweede boekjaar na inbreng | 20% |
| Derde boekjaar en daarna (dividenden vóór 1/7/2026) | 15% |
| Derde boekjaar en daarna (dividenden vanaf 1/7/2026) | 18% |
De Programmawet van 30 mei 2026 verhoogt het VVPR-bis-tarief van 15% naar 18% voor dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. Voor aandelen gecreëerd door inbrengen vanaf 1 januari 2026 verdwijnt bovendien het tussentarief van 20%.
Liquidatiereserve: fiscaalvriendelijk sparen binnen de vennootschap
Kleine vennootschappen kunnen jaarlijks een deel van hun boekhoudkundige winst na belasting parkeren in een liquidatiereserve. Bij aanleg betaalt de vennootschap een anticipatieve heffing van 10%. Bij vereffening is de uitkering volledig vrijgesteld van RV.
| Moment van uitkering | Reserves vóór 31/12/2025 | Reserves na 30/12/2025 |
|---|---|---|
| Binnen 3 jaar (vóór wachttermijn) | 20% | 30% |
| Na 3 jaar wachttermijn | 6,5% | 9,8% |
| Bij vereffening vennootschap | 0% | 0% |
De liquidatiereserve is bijzonder interessant voor zelfstandigen met onroerend goed in de vennootschap. Meer hierover in ons artikel over kadastraal inkomen en onroerende voorheffing 2026.
Voorafbetalingen: vermijd belastingvermeerdering
Vennootschappen die onvoldoende voorafbetalen, riskeren een belastingvermeerdering van 7,50% (aanslagjaar 2025, jaarlijks herzien). De vier vaste voorafbetalingsdatums zijn 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. Wie tijdig en voldoende voorafbetaalt, vermijdt die toeslag volledig.
Berekening van de belastbare grondslag
De belastbare winst wordt stapsgewijs bepaald:
- Boekhoudkundige winst (resultaat vóór belasting)
- Min: fiscaal vrijgestelde reserves (investeringsaftrek, innovatieaftrek, risicokapitaalaftrek)
- Plus: verworpen uitgaven (niet-aftrekbare kosten, boetes, overdreven kosten)
- Min: definitief belaste inkomsten (DBI) en vrijgestelde roerende inkomsten
- Min: overgedragen fiscale verliezen (beperkt tot 70% boven de eerste €1.000.000)
- = Belastbare grondslag
Veelgestelde vragen
Wat is het tarief van de vennootschapsbelasting in België in 2026?
Het normale tarief bedraagt 25% op de volledige belastbare winst. Kleine vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen, betalen 20% op de eerste schijf van €100.000 belastbare winst. Op het gedeelte boven €100.000 geldt ook voor kmo's het tarief van 25%.
Welke vennootschappen genieten het verlaagd tarief van 20%?
Kleine vennootschappen die voldoen aan vier cumulatieve voorwaarden: ze zijn een kleine vennootschap (WVV), betalen minstens één bedrijfsleider een bruto bezoldiging van €50.000, zijn geen financiële holding en zijn voor meer dan 50% in handen van natuurlijke personen.
Wat is VVPR-bis en hoeveel belasting betaal ik op dividenden?
VVPR-bis laat kleine vennootschappen toe dividenden uit te keren aan 15% roerende voorheffing (i.p.v. 30%), na een wachttermijn van drie boekjaren en mits voldaan aan de inbrengvoorwaarden. Vanaf 1 juli 2026 stijgt dit tarief naar 18% (Programmawet van 30 mei 2026).
Is bezoldiging of dividend fiscaal voordeliger?
Bezoldiging is aftrekbaar voor de vennootschap en bouwt sociale rechten op, maar onderworpen aan progressieve personenbelasting tot 50%. Dividend via VVPR-bis combineert 20% vennootschapsbelasting met 15–18% roerende voorheffing zonder sociale bijdragen. Een combinatie van beide is doorgaans het meest efficiënt. Bekijk ook de tarieven bij personenbelasting 2026.
Wat is een liquidatiereserve en hoe wordt ze belast?
Kleine vennootschappen reserveren jaarlijks boekhoudkundige winst na belasting als liquidatiereserve (10% anticipatieve heffing bij aanleg). Na drie jaar wachttermijn bedraagt de RV bij uitkering 9,8% (voor reserves na 30/12/2025). Bij vereffening van de vennootschap is de uitkering volledig vrijgesteld van RV.
Wanneer moet ik mijn aangifte vennootschapsbelasting indienen?
De aangifte wordt ingediend via Biztax (MyMinfin). Voor aanslagjaar 2026: standaarddeadline 30 september 2026. Meer over aftrekposten in de aangifte: belastingaangifte 2026 aftrekposten.
Wat zijn voorafbetalingen en wanneer zijn ze verplicht?
Vennootschappen die te weinig voorafbetalen, riskeren een belastingvermeerdering van 7,50%. De vier vervaldata zijn 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. Tijdig en voldoende voorafbetalen vermijdt deze toeslag volledig.
Kan een vennootschap fiscale verliezen overdragen?
Ja, fiscale verliezen zijn onbeperkt overdraagbaar naar latere boekjaren. Boven de eerste €1.000.000 belastbare winst mogen overgedragen verliezen maximaal 70% van het overschot verrekenen. De resterende 30% boven €1 miljoen blijft steeds belastbaar.
Wat verandert er voor kmo's bij de vennootschapsbelasting in 2026?
Drie wijzigingen zijn relevant: de minimumbezoldiging stijgt naar €50.000; het VVPR-bis-tarief stijgt naar 18% voor dividenden vanaf 1 juli 2026; en liquidatiereserves na 30 december 2025 worden uitgekereid aan 9,8% RV na de wachttermijn van drie jaar.